Uit het op 11 januari 2011 door het gerechtshof te `s-Hertogenbosch gewezen arrest, in de door een tuindersbedrijf tegen een assurantietussenpersoon

aanhangig gemaakte appèlprocedure, kan worden geconcludeerd, dat een assurantietussenpersoon, jegens haar opdrachtgever de zorg moet betrachten,

die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend beroepsgenoot verwacht mag worden.

De assurantietussenpersoon, dient -zeker in het geval alle verzekeringen van het bedrijf ondergebracht zijn in een tot zijn portefeuille behorende verzekering als

de BCP- daarbij actief te handelen en als deskundige op het gebied van verzekeringen zijn verzekeringnemers te waarschuwen in geval van grote onderverzekering of het helemaal niet verzekerd zijn van relevante schades.

Tot deze taak behoort in beginsel ook dat de assurantietussenpersoon de verzekeringnemer tijdig opmerkzaam maakt op de gevolgen die hem bekend

geworden feiten voor de dekking van tot zijn portefeuille behorende verzekeringen kunnen hebben.

Voorts overweegt het hof, dat nu Rabobank er voor heeft gekozen dat haar werknemer minimaal één keer per jaar bij verzekerde op bezoek ging en dit een

zeer langdurige werkrelatie betrof, en Rabobank voorts de huisbankier van het bedrijf was, Rabobank er in redelijkheid rekening mee had moeten houden dat er

bij verzekerde het vertrouwen kon ontstaan, dat de werknemer van de Rabobank ook van bepaalde feitelijke situaties op het bedrijf van verzekerde op de hoogte was.

In deze casus werden door het betreffende tuindersbedrijf bos-en haagplanten gekweekt, vanuit zaden. Deze zaden dienden bij een bepaalde temperatuur bewaard te worden , met het oog waarop van koelcellen gebruik werd gemaakt. De gewassen bevonden zich gedeeltelijk in zogenaamde kweektunnels, in een venlokas en buiten.

Sedert 1980 fungeerde de Rabobank als assurantietussenpersoon van het tuindersbedrijf, terwijl gedurende de laatste 25 jaren één van haar medewerkers het vaste aanspreekpunt voor het tuindersbedrijf was. Via de bemiddeling van deze medewerker zijn de verzekeringen vanaf omstreeks 2001 ondergebracht bij Interpolis, in een zogenaamde Bedrijven Compact Polis.

Het laatste bezoek dat de medewerker aan het tuindersbedrijf had gebracht, dateerde van 29 april 2005.

Op 28 juli 2005 werd de loods van het tuindersbedrijf door blikseminslag getroffen en in brand geraakt.

Vervolgens blijkt de inventaris onderverzekerd, en was ondermeer het zaaigoed niet verzekerd, zonder dat verzekerde daarop door de Rabobank c.q haar betreffende medewerker werd geattendeerd.

Gezien de langdurige relatie en het feit dat de betreffende medewerker van de Rabobank bekend was met het bedrijf en haar bedrijfsvoering, lag het op zijn weg om verzekerde te attenderen op het vorenbedoelde onderverzekerd en zelfs in het geheel niet verzekerd zijn, van voor de verzekerde substantiële vermogensbelangen. Waar hij dit had nagelaten, werd de Rabobank tot het vergoeden van de door verzekerde geleden schade veroordeeld.